‘Het woord is vlees noch vis geworden’

‘Het woord is vlees noch vis geworden’
Zelfs onze feesten zijn politiek, zoals alles tegenwoordig.

Kerstnacht 2025, Bonifatiuskerk. De kerk zit nagenoeg vol. Wat de mensen er allemaal zoeken, wie zal het zeggen? De een gelooft in de komst van de Heiland en wil dat vieren, de ander zoekt misschien slechts een vorm van nostalgie, of zoekt misschien wel juist een nieuwe traditie en betekenis van het feest dat gereduceerd is tot winterfeest. Het winterfeest, ontdaan van haar betekenis, ontdaan van woorden die tot denken aanzetten, die je dwingen woorden betekenis te geven tussen de regels door. In die kerk zaten ze vast door elkaar, lege en vervulde mensen, mensen die zoeken, en mensen die menen gevonden te hebben. Er klinken woorden, veel woorden.

De laatste jaren leven we in een wereld waarin een strijd tegen taal gaande is. Hoe minder we nog met onze handen werken, hoe hoger we zijn opgeleid, hoe angstiger we zijn geworden voor hetgeen waarmee we werken: taal. Hoeveel woorden mogen we niet meer gebruiken? Het begon met ‘Negerzoen’ en ‘Zwarte Piet’. Maar als snel volgden woorden als ‘remigratie’ en ‘omvolking’. Woorden die op zichzelf geen morele waarde hebben in hun betekenis, laat staan een moreel oordeel, ze zijn blijkbaar gevaarlijk. Zelfs al noem je ze in context, het is verboden. En nu zijn woorden als ‘man’ en ‘vrouw’ hun objectieve waarheid kwijt. We moeten veranderen, woorden mogen alleen nog gebruikt worden in een politieke context waarin elke woord als het ware een voetnoot omhelst. Iemand die rechts stemt, is een fascist, maar men verzaakt een objectieve betekenis van het woord te formuleren. Waar duidelijkheid gewenst is laat men de voetnoot weg, zo win je altijd. Taal is net als de sekse, fluïde geworden. Woorden zijn niet het middel in een discussie, ze zijn het wapen. Is een gesprek voeren dan nog wel mogelijk?

Samen met deze woorden-oorlog komt de zelfcensuur. Langzaamaan zijn we zenuwachtig geworden van een woord als ‘Kerstmis’, want het suggereert dat je kerst viert in de traditionele vorm. En dan ben je als snel rechts, islamofoob, xenofoob, conservatief, of nog erger : christen. De commercie, die logischerwijs geen ellende wil in haar winkels, en de financiering wil waarborgen, ze gaat dan wel over op ‘Winterfeest’. Na zwarte Piet zal ook de kerststal spoedig nergens meer te zien zijn..
En zo dringt de politiek, samen met de mening van de massa, overal in door. Een monsterverbond tussen commercie, de politieke elite, de NGO’s, banken en media zorgt voor een stenen muur om de mening die we wel of niet mogen verkondigen. En of die mening totale waanzin weerspiegelt, het maakt niet veel meer uit. En woorden zijn de stenen van die muur. Die muren vormen een kerk, de kerk die altijd gelijk heeft.

En zo kan het zijn, dat lieve goedgelovige mensen, die mee hielpen bouwen van die muur, niet zien dat ze met die muur niet de ‘boze’ buiten hielden, maar binnen hielden. Zo ook de voorganger in de Bonifatiuskerk. De zo foute rechtse regering had ‘illegaliteit’ strafbaar willen stellen. Die arme asielzoekers krijgen zo niet de hulp die ze verdienen, geen kop soep meer. En wie is er nu tegen het helpen van vluchtelingen? Niemand toch, zeker wanneer je zelf de rekening niet betaalt. In Slappeterp is geen asielzoeker te vinden, lopen er geen onverlichte fietspaden, hoeven geen meisjes alleen te fietsen.
En we hebben toch de Turkse Pizza, de macaroni en de Chinees te danken aan al die mensen van buiten?
Allemaal waar, maar die Turkse Pizza kan alleen gebakken worden als er voor betaald wordt, en die asielzoeker eindeloos opvangen kan alleen als we onze huizen openstellen. Dat kan de keus zijn, grenzeloze barmhartigheid, maar zo’n keus moet je ook aan hen voorleggen die niet in Slappeterp of Bloemendaal wonen. Barmhartigheid zonder consequenties is als onze woorden zonder betekenis, onze economie zonder productie, onze transitie zonder backup, we doen maar wat, alles is alleen politiek. De politiek van het deugen in blind geloof dat alles wel goed blijft gaan. De realiteit dwingen we af, net als het sluiten van kerken, we rekenen alles uit, en als de uitkomst niet bevalt, veranderen we gewoon de input. Dat de stroom uitvalt, Lisa niet meer leeft, jongeren geen kinderen meer krijgen, nergens kunnen wonen, en we zonder boeren honger veroorzaken elders in de wereld, vingers in de oren, en hard roepen: ‘Fascist!’ En woorden die geen betekenis krijgen, die verliezen al snel hun waarde. Dan bedenken we nieuwe woorden, nieuwe bezweringen om de pijnlijke waarheid buiten de deur te houden, dat je belazerd bent.

En in zo’n nacht kom je voor een andere boodschap in de kerk. De problemen van de wereld zijn niet voor ons alleen. En zo waren er meer, steeds meer mensen die de spiegels en rookgordijnen zien, en zich niet meer laten afserveren als ‘fout’ en ‘onbarmhartig’. Mensen die zoeken naar hoop, naar het radicale verhaal van het christendom, niet de voedselbank-variant. Het verhaal dat God die naar mensen zoekt, zijn Zoon stuurt, die laat zien dat de machthebbers van de wereld niets te vertellen hebben over de ziel van de mensen. Het christendom is geen politieke stroming, integendeel, ze doet niet eens een poging de macht omver te werpen. De keizer mag er zijn, maar niet in de kerk! Daarom mijn verlangen: Stop met het dienen van de keizer in je preken, want goed of slecht, het blijft een keizer. Preek over wat de mensenzoon ons bracht, en we vinden zelf de juiste balans wel tussen barmhartigheid en zelfbehoud, tussen wat ons toekomt en wat de keizer toekomt.

Mag je dan niet preken voor de barmhartigheid? Zeker wel, maar benoem dan ook dat de machthebbers van de wereld die barmhartigheid preken, geen recht van spreken hebben. Anders dien je ook het moorden in jouw naam, de slachtingen in Oekraïne, Syrië, Libië, Gaza, waar dan ook, de politiek die het woord democratie en vrijheid in één adem noemen met defensie, weerbaarheid en sneuvelbereidheid. Die machthebbers zijn veel erger, dan een onnozele kamer die een kopje soep wil verbieden.

Bij de uitgang geen handen, want de super-griep gaat rond. Ik heb geen hand gehad, maar zit nu toch ziek thuis.

Waarom maak ik me zo druk?
Geen idee soms.
Het zou zo makkelijk zijn,
gewoon lekker meezingen in het koor
Maar het koor zingt vals.
Of mijn oren deugen niet.
Waar.
Maar het kan natuurlijk ook zo zijn
Dat zij wel vals zingen,
en mijn oren vernielen.
Zingen zij voor de luisteraar?
Voor de dirigent?
Voor de eer?
Voor God wellicht?


*

De taal van het lied zegt eigenlijk alles:

‘Glorie aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen van goede wil’

In die liederen geen woord over de staat, de politiek, de ‘goede wil’ is universeel, katholiek. Ze toeschrijven aan één mening is vragen om stampende laarzen, bruin of groen. Woorden doen er weer toe, ze is vleesgeworden! Probeer ze niet vegetarisch te maken!