De Franciscuskerk 2004
Het verhaal van een kerk uit de jaren ’60. Een kerk als zovelen, en de meeste kerken uit die periode zijn inmiddels weer verdwenen. Ik maakte aan de hand van een DVD (van de laatste kerkdienst) een korte film over deze kerk, de geschiedenis, haar plek in de tijd. Een mooie bezigheid als je toch grieperig bent. Bij deze film schreef ik een tekst, die ik gedeeltelijk opgenomen heb in de film, de rest staat hieronder als column. Al jaren hou ik me bezig met de katholieke traditie, haar erfgoed, en de oorzaken van haar neergang. Een pasklaar antwoord heb ik niet, en daarmee is deze ‘overdenking’ verre van af.
De Franciscuskerk van Leeuwarden.
Ik woonde er flink wat jaren pal naast, in de voormalige pastorie van deze kerk. Zowel wijk als kerk zijn een product van haar tijd, de naoorlogse jaren.
We wereld was voorgoed veranderd, de gruwelen van de oorlog hadden afgerekend met oude idealen, en met het katholiek triomfalisme, zoals elke zuil had afgedaan. (Koningin Wilhelmina pleitte vurig voor nieuwe eenheid, opheffen van de zuilen, einde van de hokjes in 1939)
Een zweem van schuld kwam over Europa, en haar kerk, tegelijkertijd dacht men heel optimistisch dat het afrekenen met die tijd, de fundamenten van het geloof niet zouden aantasten. Echter onderhuids was de ontzuiling al langer gaande, en de secularisering nog langer.
Nieuwe kerken gaan we bouwen, we rekenen af met de neostijlen, met de zware bouw van het interbellum! Kerken van goedkope materialen. Hout, beton en bitumen! Kerken die licht zijn, een open houding hebben en uitstralen.
Kerken zonder opsmuk, geen romantische schoonheid. De Franciscuskerk was daar een voorbeeld van. De kerk kreeg, in de overgang van oud naar nieuw, nog wel alles mee wat bij een kerk hoorde. Een altaar, een tabernakel, klokken en een orgel, maar alles minimalistisch uitgevoerd. Ik moet zeggen dat de Franciscuskerk toch een aardig geheel vormde, mede door de natuurstenen wand, het altaar(kruis) en de toren in het water.
De kerk werd gebouwd uit een smalle beurs, van de buurt, door de buurt, de nieuwe katholieke inwoners. Een school, een pastorie en een kerk, een zuil in een moderne wijk. Men dacht echt iets nieuws te gaan bouwen en laten bloeien.



Alles ging echter anders.. de vernieuwing maakte niet alleen het oude instituut overbodig voor de moderne mens, ook haar geloof verdween. De wijk verkleurde, verpauperde. Hoewel ruim opgezet en groen, wilde de geïndividualiseerde mens niet langer opeengepakt wonen, en verdween ook de samenhang. Gezinnen vertrokken weer, namen de groeipotentie mee.
De eens enthousiast opgezette kerk en gemeenschap werd al snel een gestaag krimpende gemeenschap, een gemeenschap van een verloren geloof en een verloren tijd.
Het blijft mij verbazen, dat men nog tot eind jaren 60 zo naïef tegen het modernisme aankeek, tegen het oprukkende liberalisme, alsof het de kerk niet zou deren. Ondertussen ging men zaterdagavond vieren, en op zondag oppassen bij de kleinkinderen.
De kinderen komen niet meer, hoe kan dat toch? Het kind ging met het badwater weg. Was de kerk folklore van een vergane tijd, of was het meer, en het geloof, was dat eigenlijk ooit echt de kern van de parochie?
In de laatste viering zie je die worsteling met de tijd. Enerzijds terug verlangend naar de gemeenschap van weleer, maar niet willen kiezen voor het stevige fundament die dat vereist. Men maakt het vooral gezellig. Pastoor Kocken lijkt enigszins vragend te kijken richting pastor de Lange die de kinderen toespreekt terwijl ze met doosjes lopen te sjouwen. Bouwstenen voor een nieuwe tijd? Geloof je het zelf?
De koren zingen een pot-porie van liederen, de mensen bidden samen het tafelgebed, het allerheiligste moment uit de Eucharistieviering werd demonstratief ontheiligd. Allemaal begrijpelijk, alsof men boos was op zichzelf, of er eigenlijk zo een punt achter wilde zetten, nog één keer met je oude geliefde samen, maar wetende dat de oude sfeer niet meer terug kan komen.
Natuurlijk heeft zo’n kerk voor veel mensen veel betekend, daarover geen onvertogen woord, iedereen heeft in haar tijdsgewricht een rol, mijn kritiek is algemeen, niet persoonlijk naar de mensen die hun best doen en deden, alles kent zijn tijd, tenminste als je nog in het grote verhaal geloofd.
De kerk ging over naar de vergadering van gelovigen, een andere moderne kerk die met de tijdgeest worstelt, het geloof opnieuw probeert te vormen.
De parochie ging door met de Bonifatiuskerk en de Dominicuskerk, uitgerekend de 2 kerken van de neogotiek en het interbellum, wat wel wijst op een voorzichtige reflectie op het enthousiasme van de vernieuwingsdrang. Men koos toch voor behoud van het oude.
In de overgebleven kerken worstelt men verder, in de één zonder al teveel woorden en grote gebaren, in de ander met wat meer dikke woorden en grootse gebaren, maar de Geest is al lang vertrokken, die wacht in enkele volhouders en vooral via de nieuwkomers op nieuwe kansen.
De kerk dacht te kunnen overleven in het meegaan met de tijd, liberalisme, progressivisme. We gaan met zijn allen toch vooruit? Echter die waarden werden overgenomen door de staat, de instituten, de mensen die daarin geloofden hadden het instituut kerk niet meer nodig, zelfs als men God nog niet officieel buiten spel hadden gezet. En die staat, die verklaarde deze stroming tot de nieuwe staatsreligie, en is ze steeds minder tolerant richting andere stromingen en religieuze overtuigingen. Mensen die geloven in God, in een kerk, in werkelijke pluriformiteit van denken, deze mensen worden bestempeld als staatsgevaarlijk, ketters…
En deze nieuwe religie heeft haar eigen inquisiteurs, in de media, in de politiek, in de instituten.
De kerk blijft achter, terend op het rijke vermogen van weleer, totdat ook het voorraadje mensen op is. En nog steeds denken bisschoppen en vele voorgangers dat in de smaak vallen bij de staat je voordelen brengt, het geloof zelf vertrouwt men niet meer. In de coronatijd verdwenen zelfs de instellingswoorden achter een mondkapje, het allerheiligste achter een spatscherm. Gastvrijheid zonder grenzen, geen kaders, geen ankers, alles is fluïde. Saneren om maar te blijven werken in het systeem dat je genadeloos opvreet.
Echter de mens die kiest voor de radicale vrijheid van het christendom, van het leven onder een God, die heeft niets met de staat, ook niets tegen, maar weet dat de keizer niet meer toekomt dan wat hem toekomt..
Wil de kerk, het christendom in Europa nog enige betekenis herwinnen, dan zal ze tegen die totalitaire tendensen van de liberale tijdgeest in moeten ingaan. Niet zozeer met morele oordelen of uitsluiting, maar met een duidelijk verhaal, eentje van bevrijding, eentje van zingeving. Geen Jezus als Big-Mac van het goed voelen, of de wierook van de zelfverheerlijking, maar eentje van diep besef, dat de Schepper, het ‘allesomvattende’ zich niet laat vangen in simplisme en goedkoop sentimentalisme.
De mens die dat verhaal wil aannemen, gaat vanzelf op zoek naar de morele invulling en daar naar proberen te leven. De staat heeft daar niets van te duchten, mits ze haar grenzen kent. En juist daar schuurt het, de staat, of sterker nog, de macht daarachter, het systeem, is grenzeloos geworden, ze wil meer, is totalitair geworden.
Mee blijven gaan met de tijdgeest, de alsmaar doordenderende trein, is voor een kerk geen optie. Als de Aldi op de Albert Heijn gaat lijken, zal de Aldi verdwijnen. Zo simpel is het. De Franciscuskerk is eentje een een rij van velen die volgden en nog zullen volgen. Wijk en kerk laten zien dat de wereld nooit af is, en dat de arrogantie van die gedachte, dat we nu aan het eind van de geschiedenis zouden staan, eentje is die keihard in het gezicht ontploft.
Kortzichtig ook, al was het maar in de keuzes die men maakte tijdens de bouw. Amper 40 jaar later was het eigenlijk een bouwval, kerk én de wijk.
En nu? Geloven in een nieuwe wereld, omdat het verhaal niet af is. En indien je berust in wat ze1 ons wijsmaken, dan wacht het niets dat ze ons verkopen.
Reageren, vragen? Neem contact met me op per mail.

- ‘Ze’ is een verzamelbegrip voor het systeem, zonder dat ik er vanuit ga dat hier ook duidelijke actoren zijn, al zijn in mijn ogen veel mensen gecorrumpeerd, soms weten ze het, maar drukken het weg, soms weten ze het niet, en zijn oprecht ze gaan geloven in de leugens. Het systeem opereert uit zichzelf, de stromen lopen parallel en versterken elkaar, staat, bedrijven, kapitaal en macht hebben elkaar gevonden in de leugens, en die leugens kunnen ze alleen maar voortzetten, omdat ze niet meer terug kunnen. ↩︎